Havendiner bij HLMS voor AZC’ers

De Groengrijs bus is meer dan tien avonden ingezet voor het vervoer van AZC’ers naar restaurant HLMS in het Haarlemmermeerstation. De samenwerking met Stichting Havenstraat zal worden voortgezet.

Initiatiefnemer van Stichting Havenstraat, Marinus Pannevis, al veertig jaar advocaat op de Zuidas, heet de donateurs om 18. 30 welkom. Als gastheer namens de stichting verzorgt hij de introductie voor de donateurs in het voormalige Goederendepot van het station. Dat zijn vanavond Linklaters, een internationaal advocatenkantoor (voor de tweede maal donateur) en een aantal mensen van ING. De stichting startte in 2015 met de Havendiners met het doel mensen uit het AZC eenmaal per week te laten genieten van een maaltijd en ze in contact te brengen met Nederlanders. Nadat de diners zesmaal bij restaurant Boost hebben plaatsgevonden, zijn we vanavond terug bij HLMS  in het Haarlemmermeerstation, waar de renovatie van het perron gereed is.

 

 

 

 

 

 

Marinus Pannevis memoreert de historie van de stichting en zegt dat er altijd nieuwe donateurs voor volgende diners gezocht worden onder de bedrijven die aan de Zuidas gevestigd zijn. Of een ieder daar zijn/haar best voor wil doen! Eric Junge, chauffeur van Groengrijs, komt iets later binnen. Hij heeft met de Hil-bus vijftig mensen uit AZC-Wenckebachweg opgehaald (en zal na afloop tweemaal terugrijden om hen en anderen, die zelf naar HLMS kwamen, terug te brengen). Hierna kan het 64e Havendiner beginnen.

 

 

 

 

 

 

De genodigden uit het AZC zijn mensen die vaak eerst in noodopvang zaten en nu in het AZC verblijven. Ze zitten nog in een procedure of hebben al een status gekregen. Veelal uit Syrië, Irak en Iran afkomstig, een enkeling uit Turkije of uit Afrikaanse landen. De vertegenwoordiger van donateur Linklaters spreekt na Marinus Pannevis de mensen toe. Vluchtelingen en Nederlanders beginnen hierna gezamenlijk aan de Syrische maaltijd, bereid door de ijverige keukenploeg.

 

 

 

 

 

 

De secretaris van Groengrijs mag er vanavond bij zijn. Zij zit aan tafel bij Fatena en haar kinderen Nader, Sema en Layan. Fatena’s man is er niet bij, hij is druk aan het klussen in de hen toegewezen woning in Aalsmeer. Hun huis in Aleppo is totaal verwoest. Door de wrede oorlog, waardoor honderdduizenden dodelijke slachtoffers zijn gevallen en miljoenen mensen  zijn verdreven, hebben ze in Nederland een status als vluchteling gekregen. De bijna 14-jarige Nader is in gesprek geraakt met student Thomas, die bij Linklaters werkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het valt op dat Nader goed Engels spreekt, dat hij na een verblijf van twee maanden in Nederland al wat van onze taal begrijpt en ook zijn jongere zus Sema spreekt een beetje Nederlands. Moeder Fatena vertelt dat de plekken op de gezichten van de kinderen restanten zijn van waterpokken, de ziekte die ze na aankomst in Nederland hebben opgelopen. Gelukkig voelen ze zich weer goed en verheugden ze zich op het diner van vanavond.

 

 

 

 

 

 

Student Thomas en Nader hebben veel te bespreken. Voor beiden is het een onverwachte en inspirerende ontmoeting. Layan die naast Mobina, haar Iraanse vriendinnetje uit het AZC zit, smult vooral van het lekkere toetje. Na het eten begeeft een ieder zich naar de bar, die in de voormalige Eersteklasse-wachtkamer van het Haarlemmermeerstation is ingericht. Koffie en thee kunnen aan de bar worden afgehaald.

 

 

 

 

 

 

Muziek schalt door de ruimte en zoals gebruikelijk na de diners wordt er gedanst door de meest jeugdige liefhebbers. Anderen kijken geamuseerd toe en voor zover de muziek het toelaat, wordt er nagepraat.

De sfeer is ontspannen, de gasten weten dat volgende week het 65e Havendiner zal plaatsvinden, echt iets om naar uit te kijken voor hen die na hun vlucht een zware tijd doormaakten en een nog onzeker toekomstperspectief hebben.

Advertenties